Tagarchief: De geschiedenis van de Nederlandse keuken

Over Chinees eten en de geschiedenis van de Nederlandse keuken

Standaard

Dit gaat over Chinees eten en Chinese restaurants in Nederland. En waar al ons eten, door de eeuwen heen, vandaan komt. Ik heb géén zin om over Corona te schrijven. Eventjes genoeg gecorona’d. Dus even iets anders en leuks, met ouderwetse recepten van de afhaal Chinees. En een overzichtje door de eeuwen heen, waar al het eten, in je keukenkastje of diepvries, nou precies vandaan komt. Weet je, in de jaren 50 en 60 hadden de meeste Nederlanders hadden nog nooit een champignon geproefd, laat staan spaghetti of een hamburger. Toen kwamen er de Chinese restaurants, we vonden het indertijd geweldig. Veel eten voor weinig geld. Hier vind je een leuk en informatief artikel over hoe de Chinese restaurants in Nederland kwamen. En hoe, door de eeuwen heen, de Nederlandse keuken tot stand is gekomen. 

Een champignon ? Spaghetti ? Hamburger ? Wat is dat ?

chinees-restaurant

Er is veel veranderd,..

Weet je, in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was soberheid de norm. In alles, maar zeker ook in ons eten. Het menu was in de regel te overzien : veel brood, gekookte aardappelen, groente van het seizoen, en vlees alleen voor wie geld óver had.

Uit eten gingen alleen de echte rijken. Het gemiddelde huishouden had maar weinig te besteden en wie wel geld had was in zijn aankopen beperkt door de voedselschaarste, want nog tot begin jaren vijftig stonden veel levensmiddelen nog op de bon.

“De Chinees” heeft het moeilijk

Vorige week reden we even een ‘rondje Groningen’ om een familielid te bezoeken. Het was opvallend hoeveel winkels hier in de dorpjes leeg staan. Echter de trieste aanblik van de, ooit eens, bloeiende en gezellige Chinese Restaurants was opvallend. De scheef gewaaide uithangborden met namen als  “Tong Ah” of “Chinese Muur” of ‘Ping Ping” waren verweerd en kleurloos geworden.

De vroegere parkeerplaatsen stond vol met hoog onkruid en gras.  En de gordijnen, achter de ramen, waren totaal gerafeld en verkleurd.  De donkerrode verf was afgebladderd en de meeste panden waren totaal vervallen. Kapotte deuren en in gegooide ramen, was alles wat er nog van over was.

Terwijl hier vroeger heel veel mensen hun ‘wekelijkse uitje’ naartoe hadden. En zich hierop konden verheugen. Mijn ouders waren echt dól op “de Chinees”. Zoals wij nu een broodje Shoarma halen, haalden mijn ouders vroeger een dubbel grote loempia. Gewoon als iets lekkers, ná de film. In een papieren zak namen ze het mee naar huis. Maar meestal was de loempia dan al opgegeten, onderweg. Het was iets exotisch lekkers.

Nasi Goreng, Bami Goreng, Gado-Gado, Mi-Hoen, Babi Pangan of Babi Ketjap waren bekende gerechten op de menukaart bij de Chinees. Eigenlijk waren dit helemaal geen Chinese gerechten, maar Indonesische gerechten. Maar de heerlijke smaak van het ‘bij gerecht’ Bami Goreng met ham en prei stukjes kan ik me nog goed herinneren. Eigenlijk zijn deze soorten ‘Oosterse keukens’ alle beide in Nederland op één hoop gegooid. Bij de Chinees at je grotendeels Indonesisch.

Ja, dat is helemaal en ook totáál veranderd. Vroeger had de Chinees een exotisch karakter, nu is het er een van ouderwetse oubolligheid.

Eten in een Chinees restaurant was bijzonder en exotisch lekker 

Toen ik vroeger nog als juffie voor groep 3 stond, vond ik het geweldig om de kinderen, onder andere, te leren lezen en schrijven. Dus had ik ooit eens een stapeltje papieren bordjes gekocht, om de kinders hun favoriete eten te laten uitbeelden. Door middel van kleien, tekenen, plakken-en-knippen of wat ze maar leuk vonden. Met als tekst eronder wát het gerecht moest voorstellen. En daarna moesten ze er iets over schrijven.  Die tekst werd er dan keurig onder gehangen, en alles ging naar de tentoonstelling. In de grote hal.

Ik had toen veel boerenkinderen in de klas. Opgevoed met aardappelen en boontjes of bloemkool,  en een gehaktbal. Als traktatie een keertje kip met opgebakken aardappelen en appelmoes. Zo ging dat 35 jaren geleden.

De-eerste-Chinese-restaurants-in-Nederland

De eerste Chinese restaurants in Nederland, een reclame plaatje uit 1962. De tijden waren ánders. 

Iedereen in de klas ging ijverig aan het werk. De zoon van het plaatselijke Chinese restaurant, Siu-Hong,  zat naast de zoon van het grootste boerenbedrijf in de omgeving, Gertienus.  Een hechte vriendschap in kattenkwaad. Siu-Hong en Gertienus. Gertienus had veel tijd nodig om te bedenken wat hij het aller- en allerlekkerst vond.

Opeens wist hij het :  “Doe mij maar een Chineesje !”  riep hij, in zijn plat Gronings dialect, na een lange nadenksessie.

Waarop Siu Hong met een enorme sprong gillend onder mijn bureau ging schuilen.

En Siu-Hong “… Néé, Néé, Néé,… Ik niet. Néé, ik niet !!!!….” riep.

Wat hebben we gegierd van het gelachen.

 

De eerste Chinese restaurants

bami-goreng-bij-de-chinees

Bami Goreng in de jaren ’70, met ham, prei en een béétje ei

De Nederlanders waren vroeger geen mensen die uit eten gingen. Wij werden opgevoed met aardappelen. Nederland is niet beroemd geworden, vanwege zijn lekkere keuken. Hutspot, sudderlapjes, en doorgekookte bloemkool. Daar ben ik, en zijn alle oudere ‘medelanders’ onder ons, mee opgevoed. We kenden ook niet anders.

Vóór de Tweede wereldoorlog zijn er veel mensen uit China regelrecht naar Nederland gekomen. Dit waren de eerste grote groepen Chinezen.  Sommige kwamen voor het volgen van een studie of voor werk. Ze kwamen toen met de grote scheepvaart mee.  Na 1929 ging het slechter met de Nederlandse scheepvaart. En was er geen werk meer.

De Chinezen waren voor de Nederlandse staat echter vreemdelingen. En hadden géén recht op financiële ondersteuning. Het waren rasechte ondernemers. Omdat het hier moeilijk was om werk te vinden, en ze toch érgens van moesten leven, gingen ze de deuren langs met een plat bord om de nek. Met daarop een oosterse  delicatesse. Pinda’s en pindakoekjes. Om te verkopen. “Pinda-pinda-lekka-lekka..”. Het waren zelfgebakken pindakoekjes. Zo is ook de scheldnaam ‘Pinda Chinees’ ontstaan. De verkoop en het ondernemerschap waren een succes. En in deze periode zijn ook de eerste Chinese restaurants geopend.

Lees de rest van dit bericht

De Nederlandse Keuken

Standaard

Over Chinees eten en Chinese restaurants in Nederland. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was soberheid de norm. In alles, maar zeker ook in ons eten. Het menu was in de regel te overzien : veel brood, gekookte aardappelen, groente van het seizoen, en vlees alleen voor wie geld óver had. Uit eten gingen alleen de echte rijken. Het gemiddelde huishouden had maar weinig te besteden en wie wel geld had was in zijn aankopen beperkt door de voedselschaarste, want nog tot begin jaren vijftig stonden veel levensmiddelen nog op de bon. De meeste Nederlanders hadden nog nooit een champignon geproefd, laat staan spaghetti of een hamburger. Toen kwamen er de Chinese restaurants, we vonden het geweldig. Veel eten voor weinig geld. Hier vindt u een leuk en informatief artikel over hoe de Chinese restaurants in Nederland kwamen. En hoe, door de eeuwen heen, de Nederlandse keuken tot stand is gekomen. 

Een Chinees restaurant was bijzonder en exotisch lekker 

Toen ik vroeger nog als juffie voor groep 3 stond, vond ik het geweldig om de kinderen, onder andere, te leren lezen en schrijven. Dus had ik ooit eens een stapeltje papieren bordjes gekocht, om de kinders hun favoriete eten te laten uitbeelden. Door middel van kleien, tekenen, plakken-en-knippen of wat ze maar leuk vonden. Met als tekst eronder wát het gerecht moest voorstellen. En daarna moesten ze er iets over schrijven.  Die tekst werd er dan keurig onder gehangen, en alles ging naar de tentoonstelling. In de grote hal.  Ik had veel boerenkinderen in de klas. Opgevoed met aardappelen en boontjes, bloemkool en een gehaktbal. Als traktatie een keer kip met opgebakken aardappelen en appelmoes. Zo ging dat 35 jaren geleden.

De-eerste-Chinese-restaurants-in-Nederland

De eerste Chinese restaurants in Nederland

Iedereen in de klas ging ijverig aan het werk. De zoon van het plaatselijke Chinese restaurant, Siu-Hong,  zat naast de zoon van het grootste boerenbedrijf in de omgeving, Gertienus.  Een hechte vriendschap in kattenkwaad. Siu-Hong en Gertienus. Gertienus had veel tijd nodig om te bedenken wat hij het aller- en allerlekkerst vond. Opeens wist hij het :  “Doe mij maar een Chineesje !”  riep hij in zijn plat Gronings dialect, na een lange nadenksessie.

Waarop Siu Hong met een enorme sprong gillend onder mijn bureau ging schuilen.

En hij “… nee, nee, nee,. Ik niet. Nee, ik niet !!!! ” riep.  Wat hebben we gegierd van het gelachen, de hele klas lag plát.

De eerste Chinese restaurants

De Nederlanders waren vroeger geen mensen die uit eten gingen. Wij werden opgevoed met aardappelen. Nederland is niet beroemd vanwege zijn lekkere keuken. Hutspot, sudderlapjes, en doorgekookte bloemkool. Daar ben ik, en zijn alle oudere ‘medelanders’ onder ons, mee opgevoed. We kenden ook niet anders.

Vóór de Tweede wereldoorlog zijn er veel mensen uit China regelrecht naar Nederland gekomen. Dit waren de eerste grote groepen Chinezen. Sommige kwamen voor het volgen van een studie of voor werk. Ze kwamen toen met de grote scheepvaart mee.  Na 1929 ging het slechter met de Nederlandse scheepvaart. En was er geen werk meer.

De Chinezen waren voor de Nederlandse staat echter vreemdelingen en hadden geen recht op financiële ondersteuning. Het waren rasechte ondernemers. Omdat het hier moeilijk was om werk te vinden, en ze toch érgens van moesten leven, gingen ze de deuren langs met een plat bord om de nek. Met daarop een oosterse  delicatesse. Pinda’s en pindakoekjes. Om te verkopen. “Pinda-pinda-lekka-lekka..”. Het waren zelfgebakken pindakoekjes. Zo is ook de scheldnaam ‘Pinda Chinees’ ontstaan. De verkoop en het ondernemerschap waren een succes. En in deze periode zijn ook de eerste Chinese restaurants geopend.

Lees de rest van dit bericht