Categorie archief: Landen

Medisch onderzoek in de tang : ‘Geld gaat boven kwaliteit’

Standaard
De jacht op onderzoeksgeld maakt artsen wanhopig. Sinds de overheid de geldkraan heeft dichtgedraaid, hebben ze moeite om hun wetenschappelijk onderzoek te bekostigen en zijn ze genoodzaakt hun hand op te houden bij de industrie. Die afhankelijkheid zorgt voor grote frustraties onder artsen. ‘De winst van een behandeling staat voorop, niet de genezing van een patiënt.’ Een goed informatief artikel over hoe het met onze gezondheidszorg gesteld is.

Eindeloos formulieren invullen, onderzoeksvoorstellen van tientallen pagina’s indienen en protocollen schrijven: artsen worden opgeslokt door de administratieve ballast die met een subsidieaanvraag gemoeid gaat. Wie op zoek is naar financiering voor medisch onderzoek, moet door deze papiermolen heen. De overheid heeft de geldkraan via de universiteiten dichtgedraaid en dus proberen artsen via andere wegen geld los te krijgen.

Bijvoorbeeld bij ZonMw, een overheidsinstelling voor de financiering van innovatie en onderzoek. Maar de budgetten daar zijn beperkt, het aantal aanvragen is hoog en de competitie onder artsen groot. Het gevolg: 85 procent van de onderzoeksvoorstellen sneuvelt, blijkt uit cijfers van ZonMw.

‘Een aanvraag indienen is bijna niet te doen,’ bevestigt Jean Gardeniers, voormalig orthopeed bij het Radboudumc. ‘Voor eenvoudig orthopedisch onderzoek, wat veel patiënten ten goede komt, is het heel moeilijk geld te krijgen. Dat zal iedere hoogleraar in de orthopedie beamen. Je bent meer aan het schrijven dan dat je daadwerkelijk onderzoek kunt doen. En als je onderzoeksvoorstel is goedgekeurd, dan duurt het nog drie jaar voordat je het geld krijgt. Het is gewoon de waanzin ten top.’

De Nederlandse overheid heeft zich teruggetrokken uit de financiering van wetenschappelijk onderzoek in academische ziekenhuizen. De eerste geldstroom is volledig opgedroogd, verklaren artsen en dat maakt ze moedeloos. Gardeniers: ‘Van de minister krijgen we wel de opdracht om research te doen. Maar we leven niet in Amerika waar een multimiljonair een stichting opzet en zegt: “Ik ga dit allemaal betalen.” Het geld dat nog vanuit publieke middelen naar de klinieken stroomt, is peanuts. We hebben bijna geen eerste lijn onderzoeksgeld meer.’

Kortom:’Bedrijven proberen resultaten, conclusies en de publicatie van onderzoek te beïnvloeden

Nu moeten artsen dat geld bij de medische industrie halen. Dat leidt tot veel frustratie, zo blijkt uit gesprekken die FTM de afgelopen weken voerde met diverse medisch onderzoekers. Ze waarschuwen voor een te sterke invloed van de industrie op wetenschappelijk onderzoek. De onafhankelijkheid staat onder druk.

Manipulatie resultaten

Julius Roos, voormalig internist in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, omschrijft de industrie als een ‘buitengewoon krachtige partij’ die als grote geldschieter beslist welke koers er gevaren moet worden. ‘Bedrijven proberen resultaten, conclusies en de publicatie van onderzoek te beïnvloeden zodat die gunstig voor hen uitpakken.’ En vergeet ook een andere factor niet: de grote medische tijdschriften halen een deel van hun budget uit advertenties van diezelfde industrie; ook zij hebben daar dus een financiële band mee.

In 1990 kwamen onderzoekers nog in 30 procent van alle gepubliceerde artikelen tot de conclusie dat een getest medicijn of protocol geen, of een negatief effect had; zulke publicaties maken tegenwoordig nog geen 14 procent van het totaal uit. En uit een vergelijking van ruim 1500 medicijnstudies bleek dat onderzoek dat door de farmaceutische industrie was gesponsord, veel vaker positieve resultaten bij een geneesmiddel wist te melden dan onderzoek dat door de overheid was gefinancierd.

Dat constateert ook Jarno Hoekman, onderzoeker aan de universiteit Utrecht, in zijn proefschrift: farmaceuten verdoezelen onderzoeken met uitkomsten die hen onwelgevallig zijn. Hij verzamelde 329 klinische studies naar nieuwe diabetesmedicijnen; 80 procent van die studies werd door de farmaceutische industrie betaald. Van de 44 onderzoeken met een negatief resultaat publiceerden de farmaceuten er 10 in vakbladen; de rest verscheen uitsluitend op obscure websites. Van onderzoek dat met publiek geld was bekostigd, verschenen alle studies met negatieve resultaten in de vakbladen.

Hoewel sinds 2007 voor medicijnstudies een publicatieplicht geldt, weet de industrie volgens Hoekman sluiproutes te vinden om zich aan die regeling te onttrekken. De negatieve uitkomsten komen in online databanken en op websites terecht. Strikt genomen zijn ze dus openbaar, maar de wijze waarop deze resultaten worden gepresenteerd is niet eenduidig en niet onderworpen aan kwaliteitscontrole en peer review. ‘Dat ondermijnt hun geloofwaardigheid en maakt het moeilijk om ze op te nemen in overzichtsstudies. Artsen die willen weten wat werkt, baseren zich eerder op gerenommeerde vakbladen, en niet op die websites,’ aldus de onderzoeker.

Kortom ; ‘Positieve resultaten worden makkelijker geaccepteerd en krijgen meer ruchtbaarheid dan negatieve uitkomsten’

De studie van het Amsterdam UMC (het recent gefuseerde AMC en VUmc) naar prenatale zorg die afgelopen week in het nieuws was, laat zien hoe cruciaal onafhankelijk onderzoek is en wat de consequentie kan zijn van het wegmoffelen van negatieve effecten. Het AUMC voerde een langlopend onderzoek uit naar het groeimiddel sildenafil, beter bekend als Viagra, onder 183 zwangere vrouwen. Op grond van eerdere studies leek het een veelbelovende therapie voor foetussen die met een levensbedreigende groeiachterstand kampen. Maar dat pakte anders uit: 17 ongeboren baby’s kregen een longaandoening, 11 daarvan zijn inmiddels overleden – ernstige complicaties die in eerder gepubliceerde studies nooit naar voren waren gekomen. Het onderzoek, dat door ZonMW werd gefinancierd, is acuut afgebroken. De therapie is overal stopgezet.

Hoofdonderzoeker Wessel Ganzevoort van het AUMC licht toe wat er waarschijnlijk is gebeurd: ‘Positieve resultaten worden makkelijker door de medische tijdschriften geaccepteerd en krijgen meer ruchtbaarheid dan studies met negatieve uitkomsten. Dat leert ons hoe wezenlijk het is dat onafhankelijke experts een vinger aan de pols houden bij dit soort studies. Alleen dan voorkom je ieder zweem van vooringenomenheid bij de onderzoekers.’

Topartsen

Het masseren van de uitkomsten in een gunstige richting is voor de industrie een belangrijk machtsmiddel. De beweegredenen van artsen om zich met zulke praktijken in te laten, is dat ze moeten scoren. Er is sprake van een op hol geslagen publicatiemachine, vertellen diverse gesprekspartners. Meer onderzoeksgeld betekent meer publicaties; meer publicaties leveren meer wetenschappelijke promoties op, en meer naamsbekendheid voor het ziekenhuis. Heupchirurg Jean Garderniers beschrijft het mechanisme als ‘publish or perish’.

Artsen die al veel publicaties op hun naam hebben staan, slagen er bovendien makkelijker in om opnieuw onderzoeksgeld te verzamelen. Andere artsen hebben het nakijken. In de wetenschap gebeurt iets vergelijkbaars als elders in de maatschappij: een select gezelschap sleept het leeuwendeel van het onderzoeksgeld binnen. Ze vormen de elite onder de artsen. Farmaceuten en makers van medische hulpmiddelen (waaronder ook implantaten en diagnostische apparatuur) hopen met zulke onderzoeksleiders aan hun zijde hun behandeling succesvol te kunnen introduceren, en trekken voor de uitvoering ervan liefst artsen met klinkende namen aan. Deze topartsen hebben aanzien bij collega’s, en als zij zich positief uitlaten over een nieuw medicijn of hulpmiddel, is dat voor de industrie goud waard.

Nadelig voor het verdienmodel

Tegelijkertijd beïnvloedt de groeiende afhankelijkheid van artsen van het bedrijfsleven ook welk onderzoek ze kunnen uitvoeren. Vooral grote trials worden gesponsord, maar hun nut is vaak beperkt. Internist Roos: ‘De grote gerandomiseerde dubbelblinde gecontroleerde geneesmiddelentrials (RCT’s) hebben beperkte betekenis (hoewel de uitkomsten ervan vaak met veel poeha wereldkundig gemaakt worden) omdat ze vaak heel weinig voordeel bieden ten opzichte van de controlegroep die een placebo krijgt. Het aantal patiënten dat behandeld moet worden om één ervan te laten profiteren [het zogenaamde number to treat of NTT, red.] ligt in de tientallen, soms zelfs meer dan honderd.’

Kortom : ‘De industrie investeert nauwelijks in klinisch, patiëntgebonden onderzoek’

‘Dat wil zeggen: als je 50 patiënten moet behandelen om er één te helpen, slikken 49 patiënten al die tijd het middel voor niets. Daarbij moet je bovendien bijwerkingen op de koop toe nemen. De medische wereld is daar inmiddels zo aan gewend, dat niemand er meer van opkijkt. Ik wil juist onderzoek dat probeert uit te vinden wie die ene patiënt is die wél profiteert, zodat je de rest niet hoeft te behandelen. Maar dat heeft niet de belangstelling van de industrie; logisch, want in dit theoretische voorbeeld zou dat hun omzet vijftig keer zo kleiner maken.Het zijn de commerciële strategen van de industrie, niet de artsen die bepalen welke richting de ontwikkeling van de geneeskunde op gaat.’

In klinisch, patiëntgebonden onderzoek investeert de industrie nauwelijks, terwijl juist zulke studies op wat langere termijn kunnen leiden tot belangrijke ontwikkelingen. Onderzoek uit 2010 toonde bijvoorbeeld aan dat je via dna-analyse kunt achterhalen of een tumor resistent is voor de hormoonpil tamoxifen; dan weet je of het zin heeft vrouwen met borstkanker ermee te behandelen.

Arnoud van het Hof, hoofd interventiecardiologie in het academisch ziekenhuis in Maastricht, beschrijft een onderzoeksvoorstel dat in de prullenbak verdween: een studie naar een apparaatje voor ambulancemedewerkers bij het stellen van de diagnose hartinfarct. Dat hielp ze te bepalen of een patiënt naar het ziekenhuis doorgestuurd moest worden. De eerste resultaten waren veelbelovend: 30 procent van de patiënten kon na de screening thuis blijven. ‘Dat bespaart de samenleving geld. Een patiënt houdt dan immers niet onnodig een ziekenhuisbed bezet. En het levert minder werkdruk op, zowel voor het ambulance- als voor het ziekenhuispersoneel. Ik ben teleurgesteld dat ik dit onderzoek niet kan voortzetten.’

Jean Gardeniers, een expert in de aanpak van zowel primaire als revisie heupchirurgie, geeft altijd een oneliner aan zijn studenten mee: ‘Iedere patiënt die je behandelt, levert geld op. Iedere patiënt die je geneest, levert de industrie geen inkomsten meer op.’ Hij legt uit: ‘De industrie heeft baat bij hulpmiddelen en medicijnen die massaal gebruikt worden gedurende een langere periode. Er wordt bijvoorbeeld ontzettend veel onderzoek gedaan naar medicijnen om hoge bloeddruk en cholesterol bij patiënten te verlagen, terwijl daar al effectieve behandelingen voor bestaan. Het houdt niet op. Iedere keer weer komt er iets nieuws, elk farmaceutisch bedrijf wil er zijn eigen variant op hebben, want daaraan valt goed te verdienen.’

Voor research naar implantaten en protheses is momenteel echter amper geld: ‘Je hebt het dan wél over het verbeteren van de kwaliteit van leven van een patiënt.’ Voor het ontwikkelen van een implantaat – waarmee miljoenen zijn gemoeid – zijn hij en zijn collega’s tegenwoordig vrijwel geheel afhankelijk van de orthopedische firma’s. Maar juist de orthopedische leveranciers zijn in handen van aandeelhouders. ‘Ik ben geen socialist hoor, maar die aandeelhouders willen gewoon winst maken. Dat is een vaststaand feit,’ zegt de orthopeed.

Kortom :‘Ik ben geen socialist hoor, maar die aandeelhouders willen gewoon winst maken’

Zodoende is de ontwikkeling van goedkope en succesvolle behandelingen bijna onmogelijk geworden. Gardeniers merkte dat zelf toen hij het zogeheten ‘memory steel’ onderzocht en wilde inzetten voor patiënten met een heupaandoening. Hij kon een ingezakte heupkop repareren met een dun matje, dat zo’n 250 euro kostte. Zulke mensen hadden dan meestal geen kunstheup meer nodig. Circa dertig miljoen mensen wereldwijd zouden erbij zijn gebaat. ‘Ik heb de industrie benaderd, maar hoewel de Nederlandse divisie het product verdedigde, blies de top van het bedrijf mijn product af. Want als die heupkop gewoon vervangen werd, ging er een prothese in van 7500 euro. Voor de bedrijfsleiding was het niet rendabel om in mijn product te investeren.’ Uiteindelijk is Gardeniers’ memory steel alsnog door een Israëlische firma in productie genomen. ‘Maar die zijn er weer mee gestopt: ze vonden de omzet te laag. Dan moet je uiteindelijk dus werken met hulpmiddelen die minder goed, minder handig of duurder zijn.’

Hetzelfde overkwam Albert Veldhuizen, hoogleraar wervelkolomchirurgie bij het UMC Groningen. Hij bedacht protheses die kwalitatief aantoonbaar beter waren, maar die nooit op de markt zijn gekomen. ‘De industrie heeft letterlijk tegen mij gezegd: “Een implantaat hoeft niet beter te zijn, als het maar goedkoper is in productie.” Jarenlang heb ik gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe implantaten die nooit bij de patiënt terecht zijn gekomen. Dat frustreert mij enorm. Geld gaat boven kwaliteit.’

Soms gaat geld ook boven de veiligheid van patiënten. Producten die commercieel aantrekkelijk maar van inferieure kwaliteit zijn, worden toch in productie genomen. Denk aan de metaal-op-metaal kunstheup (MoM); een sterk gewricht dat relatief weinig slijtage zou geven, met minder spierschade tot gevolg. Grote multinationals waaronder De Puy, Zimmer, Biomet en Wright Medical Technology brachten allemaal een eigen versie van de kunstheup op de markt. De MoM-heup werd sterk gepromoot als sportheup voor de actieve mens. Op congressen toonden medische concerns afbeeldingen van honkballers. ‘Met deze prothese speel je weer in de first league,’ was de boodschap. In Nederland werd het implantaat bij ruim duizend patiënten ingebracht. Harlan Amstutz deed onderzoek naar deze prothese in opdracht van Wright Medical Technology. Zijn publicatie erover maakte dat de MoM-heup ingang vond.

Aanvankelijk leken de resultaten goed. Maar orthopeden uit het Radboudumc wilden deze prothese niet gebruiken: in de jaren zeventig hadden ze met vergelijkbare implantaten gewerkt, en toen al bleken er problemen te zijn die niet naar voren kwamen in publicaties. En inderdaad: Harlan had verzwegen dat er door slijtage van de heup minuscule metaaldeeltjes vrijkwamen, die zich via het bloed verder verspreiden. Hierdoor ontstonden immuunreacties: patiënten kregen zwellingen, botverlies en pijnaanvallen, en ontwikkelden zich zelfs tumoren rond de kunstheup. Sommige patiënten zijn uiteindelijk in een rolstoel beland. De MoM-prothese is 2012 van de markt gehaald.

De winst van een behandeling staat tegenwoordig voorop, niet de genezing van een patiënt, constateren de artsen. Door het ontbreken van overheidsfinanciering wordt er te weinig langlopend en onafhankelijk onderzoek gedaan met nadelige gevolgen voor de patiënt – en voor de kosten van de gezondheidszorg. ‘De overheid moet research financieren, zodat we onafhankelijk onderzoek kunnen uitvoeren en niet aan de leiband van de industrie hoeven te lopen.’

Schrijfster :ILONA DAHL

Ik vond dit artikel ook de moeite van het publiceren waard.

Met een vriendelijke groet van Tieneke.

 

Eten door je huid, verborgen middelen

Standaard

Er zijn honderden soorten goedkope en dure creme’s, bodylotion, badzeep te koop.  Flink gepromoot door reclames op de televisie, in bladen en kranten. We worden overspoeld met creme’s en wat we nog meer gebruiken om onszelf te reinigen. Het ene belooft nog een beter resultaat als het andere. Echter werd vroeger gezegd “.. wat men niet kan eten, kan men beter ook niet op de huid smeren..”. Hier vindt U een informatief artikel over pure huidverzorging op een natuurlijke manier, gebruikmakend van natuurlijke ingrediënten. 

Komt een mooie huid uit een potje ? 

mooie-huid-komt-van-binnenuit

Een mooie huid komt van binnen uit

Zou je het volgende doen? Pak een pot gezichtscreme en een theelepeltje. Draai de dop van de pot creme af, en eet een lepeltje vol creme op.  Zo’n experiment eindigt misschien wel in het ziekenhuis. En iedereen verklaart je voor gek.

Maar als je het heel langzaam doet, elke dag een beetje, vindt men het gek als je dat niet doet.  De huid bestaat uit duizenden en duizenden kleine mondjes, die gehoorzaam opeten wat je ze voorschotelt. Dat er in de creme’s en veel soorten zeep, shampoo ook ongezonde chemische  stoffen zitten, zien veel mensen niet.

Wat kan er nou voor verkeerds in zeep zitten ? Je eet toch geen zeep op ? 

Ja, dat is nou een waarheid als een koe. Het zit toch even anders. Gebruikt u een rijk schuimende shampoo of badschuim? Het lijkt zo schoon te maken en zacht. Dit effect van het badschuim is helemaal niet zo onschuldig als het lijkt.

Kijk maar eens op het etiket van de scheerschuim, facewash, babyzeep, shampoo, tandpasta of handzeep.

zwitsal-babyzeep-met-sls

Zoiets kan toch niet,..

Staat daar SLS ( Sodium Laurel Sulfate) ? Of Ammonium Lauryl Sulfate , of Sodium Laureth Sulfate (SLES)?

Dan is het zo, dat de fabrikanten graag deze reinigingsmiddelen produceren omdat ze goedkoop zijn. Dat wil niet zeggen dat ze voor een spotprijs in de winkel liggen, ze kunnen zelfs flink wat kosten. Maar de productie kosten zijn erg laag. Wist u dat SLS  zo sterk reinigt dat het ook wordt gebruikt om motoren en garage vloeren te reinigen en ontvetten. En ze stoppen het zelfs in babyzeep ! Zoiets kan toch niet !?

Het is bewezen dat het gebruik op langere termijn kankerverwekkend kan zijn. Het Amerikaanse ‘College of Toxiology’ zegt dat SLS ongeveer 5 dagen in ons lichaam blijft hangen, nadat we onze haren of huid ermee gewassen hebben. Het komt door de huid in de bloedbaan, en kan zich ophopen in al onze organen. SLS komt zelfs voor in tandpasta. Vaak staat er achter te lezen ‘natuurlijke kokos’ . Dan moeten we geloven dat het een geheel natuurlijke stof is. Maar dit is niet zo.

Lees de rest van dit bericht

Help met een lepel suikerwater onze bijen

Standaard

Waarom u altijd een lepel suiker in uw achtertuin moet achterlaten, voordat u van huis gaat. Over onze planeet, onze gezondheid en onze kleine bijen. 

Veel mensen hebben sinds kleins af aan een bloedhekel aan bijen. Ze denken dat het ongedierte zijn die ons alleen maar lastigvallen als we buiten in de tuin zitten. Echter zijn deze kleine insecten enorm belangrijk voor ons mensen.
We zullen u uitleggen waarom, deze kleine insecten zijn namelijk verantwoordelijk voor het voeden van meer dan 90% van onze wereldbevolking. Zonder hen, kunnen wij, mensen, niet overleven.

Wat doen de bijen voor ons ? 

bij-met-lepel

Een beetje suikerwater helpt de bijen

U hoeft geen natuurliefhebber te zijn om deze kleine insecten te respecteren en ons planeet te helpen. Met een klein beetje moeite kunt u al een hoop betekenen voor de mensheid en de planeet.
Niemand kan alles voor iedereen doen, maar alle kleine beetjes helpen. Als iedereen nou een kleine moeite doet, kunnen we allemaal een beetje verantwoordelijkheid hebben voor de wereld. Voor de volgende generatie en alle generaties die nog moeten komen.
Sir David Attenborough, 92, heeft zijn hele leven gevochten voor dieren, het milieu en de natuur.
De Britse zoöloog en auteur is misschien het best bekend als een tv-presentator, en u zou zeker zijn stem herkennen als u deze hoort.

Nu heeft deze levende legende een andere belangrijke boodschap, waarvan ik denk dat iedereen het moet horen.
“Als bijen van de aardbodem zouden verdwijnen, zouden mensen nog maar 4 jaar te leven hebben”, schreef hij onlangs op Facebook.

David Attenborough is zeker niet de eerste persoon die deze ernstige waarschuwing uit, maar zijn post herinnert eraan dat dit een kwestie is die we allemaal serieus zouden moeten nemen.
Ze lijken misschien klein en onbelangrijk, maar bijen hebben een enorme taak – bijna een derde van het voedsel dat we eten wordt bestoven door deze insecten.

Onze bijen hebben hulp nodig

bij-met-suikerwater

Een dar is een mannetjes bij. Een hommel is een ander soort.

“In de afgelopen 5 jaar is de bijenpopulatie met 1/3 gedaald”, schrijft David Attenborough.

Maar de situatie is niet hopeloos. Er is één ding dat we allemaal kunnen doen, en het is een idee dat zich nu als een lopend vuurtje verspreidt.
David Attenborough biedt een eenvoudige tip die iedereen zou moeten proberen: meng suiker en water in een lepel en laat het in je achtertuin liggen. Het kan ieders leven helpen redden!

David Attenborough schrijft:

“Deze tijd van het jaar zien bijen er vaak uit alsof ze dood gaan, maar dat is niet zo. Bijen kunnen moe worden en hebben simpelweg niet genoeg energie om naar de korf terug te keren, wat er vaak toe kan leiden dat ze alsnog overlijden.

Hoe helpt u een vermoeide bij ? 

“Als u een vermoeide bij in huis vindt, zal een eenvoudige oplossing van suiker en water een uitgeputte bij helpen herleven.”

“Meng eenvoudig twee eetlepels witte, kristalsuiker met een eetlepel water, en plaats op een lepel om de bij te bereiken. U kunt ook helpen door deze post te delen om het bewustzijn te vergroten “

Hier is een andere manier om bijen en de mensheid te helpen bloeien: planten bloemen op je balkon of laat wilde bloemen een hoek van je achtertuin overnemen. Uw bijen zullen er dol op zijn!
Help deze tip alstublieft verspreiden door op de knop DELEN op Facebook te drukken.

Samen kunnen we helpen de bijen en onze planeet te redden!

Grtjs van Tieneke,

Zoekt u de beste curcumine en/of kurkuma ? Ik, persoonlijk, beveel u dekurkumaspecialist aan. Een webshop met specialistische kennis en veelzijdige kurkuma producten. Zij zijn de nummer ÉÉN in kurkuma.

Cacao is lekker en gezond.

Standaard

Vraag een kind: …” wil je een stukje chocola  ?..” En zie een paar verheugde ogen,
die je aankijken.  Chocola is een lekker kadootje. Met Sinterklaas, met Pasen, met St. Maarten of welk ander feest dan ook.   Mmmmmm chocola !  Gewoon, we hebben dan trek in iets heel lekkers ! Chocolademelk, chocoladeletter, chocoladetruffels, chocolade bonbons,  chocolade ijs en chocolade fondue. We kunnen er zo van genieten. Hier vindt u een leuke artikel over chocolade.

Nou heb ik er geen moeite mee om een Belgische Praline-winkel voorbij te lopen. Maar mijn probleem is ..” als je er ééntje hebt gegeten, dan eet ik het liefst de rest van het doosje ook leeg..”   En ik denk dat ik de enige met dit probleem niet ben. Ik kan geen ‘stukje chocola ” eten. De hele reep of gewoon niets.

Een beetje over de geschiedenis van chocolade.

chocolade-en-kakaoHet is absoluut geen nieuwerwetse vinding. De geschiedenis van chocola gaat ca 3000 jaren terug. Het eerste en alleroudste woord is ..”KAKAWA..”.. Dit woord stamt uit de tijd van ca 1000 jaren V.Chr.

In “KAKAWA” is nu nog steeds  een echo van het woord CACAO in te beluisteren. Hiermee bedoelde men de cacaoboom en zijn vruchten. De Maya’s hebben deze boom tot grote plantages gemaakt, dit vanwege de handel in cacao bonen. Nu is de geschiedenis van ons geld “zout’ , sal of salaris is daarvan afgeleid. Vroeger werd men betaald in cacao bonen. Niet hier in Eurpa, maar in de golf van Mexico. Vooral de oude Maya’s hadden bewondering voor deze schepping van de natuur.  Ze verhieven de mooie, diepgekleurde bonen niet alleen tot betaalmiddel, maar verklaarden de hele cacao boom tot heiligdom.     

Montezuma, de laatste leider van de Azteken, hief zijn belastingen van de Maya’s ook in cacaobonen. Want Montezuma en zijn naasten schepten dagelijks ca 40 bekertjes van dit krachtige ” XOCOATL” ( xococ=suiker  atl=water) uit gouden schalen. De Europeanen konde XOCOATL niet goed uitspreken en maakten er het woord chocolade van.  Het moet een onaangebame en zeer bittere drank geweest zijn, waaraan de Azteken peper, chili of maïs toevoegden, om de smaak nog een beetje te verfijnen. En met een houten spatel werd de drank geroerd tot hij schuimde.

Toen wij ooit eens in Venezuela waren, hebben we een rondtocht gemaakt. Onderweg in de jungle, lagen op de weg grote vruchten te drogen. Cacao. We mochten wat van de ruwe cacao vrucht proeven. Het was vies en erg bitter. Het leek totaal niet op “onze chocola” . Nu wordt het ook veel in Afrika verbouwd. Lees de rest van dit bericht

Kappertjes, kleine groene smaakbommetjes

Standaard

Voordat er een salade op de tafel komt, wordt er vaak een lepel kappertjes overheen gestrooid. En opgediend. Maar wat nou precies kappertjes zijn ? Vaak staat er een potje ongebruikt in de kast. Kappertjes zijn ongeopende bloemknopjes. Ze groeien langs de Middellandse zee, en er zijn kappertjes in alle grootten en conserverings methoden. Hier een leuk artikel over deze kleine groene bommetjes.

Wat zijn kappertjes ?

wat-zijn-kappertjes

Kappertjes zijn kleine groene smaakbommetjes.

Mijn kleine nichtje, toen 6 jaren oud, wist precies wat kappertjes waren. Toen ik het haar eens vroeg , moest ze even nadenken en gaf ze als antwoord ..”.. Tante Tien, weet je waarom mijn moeder altijd hele mooie haren heeft ?  Ze lust heel graag ‘kappertjes’. .”..  We moesten lachen.  Ja, zo kun je het ook zien.

Kappertjes is de naam van ongeopende bloemknopjes. Hoe men ooit eens op het idee is gekomen om ze op te eten, daarover is te lezen dat kappertjes al in geschriften van ca 3000 jaren v. Chr. voorkomen. Destijds waren ze medicinaal, zoals veel voedsel dat was.  Mensen geloofde toen erg in de kracht van nieuw leven. En daarom zou het een logische verklaring kunnen zijn dat ze daarom bloemknopjes aten. In zeker zin had men toen wel gelijk. Jonge gewassen hebben hun eigen voedingsstoffen nog niet opgebruikt door te groeien.

Waar komen kappertjes vandaan ?

Kappertjes groeien rond de Middellandse zee, en ze zijn erg zuiver. Kappertjes zijn puur natuur. Ze groeien aan een struik van ca anderhalve meter hoog. Na het plukken worden ze kort even gedroogd en daarna worden de bloemknopjes geconserveerd. Ze kunnen in zou gelegd worden, maar ook in zuur.  In specialiteiten winkels kunt u verschillende conserverings methoden wel zien. Groene balletjes in zout, groene balletjes in water of in wijnazijn en zout.

Kappertjes zijn de ongeopende groene bloemknoppen van de Caparis spinosa.  Caparis spinosa is een wilde, gecultiveerde struik die voornamelijk in de gebieden rond de Middellandse Zee voorkomt. De kappertjes-oogst is zeer tijdrovend omdat het handmatig moet gebeuren. Elke ochtend moeten alle struiken nagelopen worden, omdat de bloemknoppen precies de goede afmeting moeten hebben om ze te oogsten. Na het plukken worden ze meestal in de zon gedroogd en vervolgens gepekeld of ingemaakt in azijn.

Over de smaak van kappertjes

En u kunt ze vinden is verschillende maten. De hele grote, vaak met het steeltje er nog aan heten ‘kapper appeltjes’. Daarin zitten de pitjes al in. Ze kunnen enorm zuur-bitter van smaak zijn. De hele kleine, soms nog geen 10 millimeter in doorsnee, heten ‘nonpareils’. Maar eigenlijk zijn het allemaal gewoon kappertjes. Toch is het wel zo dat die kleine ‘nonpareils’ de meeste smaak hebben. Hoe kleiner het kappertje, hoe lekkerder en delicater van smaak. Dit komt omdat,  op het moment van inleggen,  de bloemblaadjes nog goed gesloten zijn. En dan nemen ze minder zout en zuur op.

Lees de rest van dit bericht

Hart- en bloedvaten en vitamine K2

Standaard
Na onderzoek blijkt dat vitamine k2 een goed effect heeft op ons hart- en bloedvaten. Vitamine k2 zit, onder andere, in zuivere roomboter. En hiervan werd jarenlang beweerd dat het ongezond en slecht voor ons zou zijn. Een kort informatief artikel over dit onderwerp voor u. 

Is roomboter ongezond ? 

boter-en-vitamine-k2

Roomboter is niet slecht voor ons hart en onze bloedvaten

Afgelopen winter waren we op cursus. Daar krijgen we regelmatig lezingen over voeding. En dan gezien vanuit een ayurvedisch gezichtspunt. De discussie ging opeens over roomboter. Is het goed of is het slecht. Roomboter heeft een flinke duw gehad, doordat het als ‘slecht’ werd afgeschilderd. Ten opzichte van de ‘goede’ margarine.

Onze leraar stuurde iemand naar de keuken, die kwam met een bord ‘……’ terug. Onze leraar nam een klontje boter van het bord. En hield het in de hand. Stak zijn hand vooruit en hield het bord eronder. Bijna direct drupte de boter uit zijn vuist, terug op het bord.

..”..Wat zien jullie..”.. ? Was toen de vraag.

En de discussie was ten einde en de les begon. Hoe kun je denken dat pure roomboter slecht voor je is ? Het smelt op de lichaamstemperatuur. Dus zal het nooit in je aderen plakken. In boter zit vitamine K2, dit is een belangrijke vitamine. Het houdt de aderen soepel.

Vitamine K2 zit ook in roomboter, en blijkt zeer gezond te zijn. 

Lees de rest van dit bericht

Een paar praktische tips om in de hitte te kunnen slapen

Standaard

In de zomer kan het tropisch warm zijn. Overdag is dat soms leuk, maar die hitte is niet echt bevorderlijk voor een goede nachtrust. Een paar tips om in de hitte de nacht goed door te komen. Overdag kun je nog eens lekker naar het strand gaan, een ijsje eten of in de schaduw gaan zitten. Een eindje fietsen of gewoon nix doen. Maar dan is het tijd om te gaan slapen. Eigenlijk is dat moeilijk met deze tropische temperaturen. Vooral als je slaapkamer de temperatuur van een sauna heeft. Hier vindt U een paar simpele en bruikbare tips.

  • Houdt de ramen dicht, en de gordijnen ook.

slapen-in-de-hitteJe zet al snel overdag de ramen open om het af te laten koelen. Heel logisch, maar toch niet doen. Hierdoor kan de ruimte zich namelijk vullen met warme lucht, terwijl je juist koelere lucht wilt hebben. Veel beter is om alle ramen dicht te houden en de gordijnen, lamellen en het luxaflex te sluiten. Zo houd je de warmte buiten en blijft het binnen lekker koel. Als het ’s avonds weer is afgekoeld zet je alles open voor de frisse lucht. Doe wel het licht uit om muggen buiten te houden of gebruik horrengaas. Ik had vroeger een stuk vitrage met punaises op zacht hout geprikt, en in de raamsponning geduwd. Want ik had een hekel aan steekmuggen.

  • De badkamer is koeler.

Zoek voordat je gaat slapen nog even de verkoeling op in je badkamer. Een lauwe douche of een lekker koel bad kan je helpen ontspannen en aangenaam je bed in te stappen. Zet de kraan niet al te koud. Anders gaat je lichaam proberen weer op te warmen. En zweet je weer flink.
.
  • Gebruik een koel kussen.

.

  Een doorsnee kussen houdt warmte vast. Een boekweit kussen veel minder.  Dan zorgt een boekweit kussen voor een aangenaam slaapgevoel. Een wollen doek of hoes over het kussen is ook een optie. Daaroverheen doe je dan weer de onder- en bovensloop. Het is niet minder warm, maar het zweet niet zo. Vroeger liepen ze in de heetste zomerdagen nog met wollen kleding aan.   “..Wat goed is tegen de kou,.. is ook goed tegen de warmte..”  En dat klopt volledig. Wol ventileert en ademt. Dan maakt de vulling niet meer zo heel veel verschil. Helemaal luxe is een boekweitkussen/ speltkussen met een wollen hoes. Met een koel hoofd slaap je veel beter.
.
  •  Een airco.

.

De allerbeste oplossing is natuurlijk gewoon een airco.  De aanschaf is een rib uit je lijf, maar dan heb je ook wat.  Je kunt bijv voor de mobiele variant gaan.  Een mobiele airco heeft als voordeel dat je hem zo naar een andere kamer rolt. Je moet dan wel een slang uit het raam hangen voor de hete luchtafvoer. Ik gebruikte zo’n ding op kantoor, en had een gordijn opgehangen op de “open plek” van  het raam. Het is een noodoplossing, maar op marktplaats zijn ze wel te vinden voor een redelijke prijs.
.
  • Een fan

.

Het bestaat al tientallen jaren maar werkt nog steeds: de ventilator. Koop een handzame variant. Een ventilator zuigt van achteren lucht en blaast het vervolgens aan de voorkant uit. Zet als het ’s avonds is afgekoeld de ventilator voor een open raam. De ventilator zal de koele lucht van buiten je kamer in blazen. Je kunt ze ook krijgen met timer. Dan slaat hij automatisch af en heb je dat ding niet de hele nacht aanstaan. Aan het voeteneinde van je bed, en zachtjes laten heen-en-weer waaien is zeer aangenaam. Beter als kletsnat liggen zweten in een hete slaapkamer.  En bij de kringloop kost zoiets niet veel.
.
  • IJs

.

Vries een fles met water in of vul een vormpje met water om ijsblokjes te maken. Haal de fles ijs of de ijsklontjes uit de vriezer en doe ze in een bak. Zet de bak achter  de fan.  De ventilator zal heerlijk koude lucht door je slaapkamer blazen. Heerlijk verkoelend. Kun je ook in de rest van je huis proberen. En een fles water is snel ingevroren, en ontdooit langzaam. Zet een bevroren fles water altijd in de vriezer op reserve. Dan kun je die zo even verwisselen.
.
  • Een ommetje met ( of zonder) de hond.

.

Het is in de zomer nog lang licht. Maak voor je ’s avonds gaat slapen nog even een wandelingetje buiten om lekker uit te waaien. Het is dan al een stuk afgekoeld waardoor je het zelf ook minder warm krijgt. Nou zag ik gisteren een jogger, met die hitte, (grinnik) dat is niet de bedoeling.

.

  • Slaap op de koelste plek.

.

Ik woonde vroeger in een oud huis, op de zolderetage. Dat was ’s winters wel leuk, want door het zolderraam kon ik de lucht en de regen en sneeuw zien. Maar ’s zomers was het minder leuk. Zo warm ! Nou,  als het me te heet werd ging ik in de badkamer slapen. Matras op de vloer en dat ging beter als op zolder. Daar stikte je van de hitte. Mijn ouders hadden er geen moeite mee, alleen moest ik het matras dan overdag wel opruimen.

.

  • Koud washandje mee.

.

De meeste warmte verlies je via je hoofd. Maak daarom een washandje nat en leg het op je voorhoofd. Je kunt ook een nat washandje  in je nek leggen. Zo zorg je op een simpele manier voor wat verkoeling.  Zet gewoon een bakje met koel water (evt met een paar ijsblokjes erin) naast je bed. Om het even weer koel te maken.
Vroeger zeiden ze   “.. Hou je hoofd koel en je voeten warm.., dat geeft een gezonde slaap..”  Dat is ook zo.
.
  • Neem katoenen of flanellen lakens.

.

Kijk even naar je beddengoed , als er een deel synthetisch in zit heb je het nog warmer. Dat neemt je elektrische-fanlichaamszweet niet op. En zweet je nog veel meer als nodig is. Daar krijg je ook spierpijn van, van dat kletsnatte lichaam. Een tip: leg een extra flanellen laken ONDER je gewone laken. Dan lig je niet zo dicht op het synthetische deel van je matras. Ook een 100% katoenen of flanellen molton is een supergoed idee. Bij de ‘zeeman’ of de ‘action’ kost dit ook niet veel.  Je hebt er veel profijt van.

De hittegolf staat te wachten en het slapen is dan een warme zaak.

Voor iedereen een koelere nachtrust gewenst,

Groeten uit een tropisch Groningen van Tieneke,

Zoekt u de beste curcumine en/of kurkuma ? Ik, persoonlijk, beveel u dekurkumaspecialist aan. Een webshop met specialistische kennis en veelzijdige kurkuma producten. Zij zijn de nummer ÉÉN in kurkuma.