Ashwagandha en magnesium, een goed huwelijk

Standaard

Dat men wat minder goed slaapt tijdens tropische temperaturen buitenshuis, en sauna temperaturen in huis klinkt wel logisch. Maar nu het wat koeler is, zou slapen geen probleem mogen zijn. In de oude geschriften van de ayurveda staan een paar pijlers beschreven, die een goede hulp kunnen zijn bij het slapen en tegen stress en hulp bij het herstel na ziekte. Het heet ‘ashwagandha’. Ook magnesium kan een goede hulp zijn bij ontspanning. Samen vormen ze een goede combinatie. Hier vindt u een informatie artikel over de combinatie van ashwagandha en magnesium. 

ashwagandha-en-magnesium-combinatie

Ashwagandha en magnesium hebben een goed huwelijk.

Ashwagandha is een kruid uit de oudheid

Ashwagandha heeft een uitstekende staat van dienst. Het is een inheemse plant uit India en is een van de belangrijkste kruiden van de ayurvedische gezondheidsleer. De latijnse naam is ‘withania somnifera’. Het is een beetje familie van de cayenne peper.

Als herstellende en verjongende remedie staat het ook hoog in aanzien bij de Chinese gezondheidsleer, even hoog als de ginseng. “Ashwagandha schenkt kracht en vitaliteit”, staat hierover beschreven.

Aswagandha in onze moderne tijden van stress

Het is bij uitstek een kruid met goede eigenschappen voor  deze tijden. Dit is omdat het een uitzonderlijk zenuwtonicum is.  Ashwagandha is adaptogeen, dat betekent dat het zich kan aanpassen naar behoefte. “To adapt” in het Engels betekent “aanpassen” . Daar komt ons woord ‘adapter’ ook  vandaan.

Letterlijk staat in de oude ayurvedische  geschriften over ashwagandha geschreven :

Lees de rest van dit bericht

Medisch onderzoek in de tang : ‘Geld gaat boven kwaliteit’

Standaard
De jacht op onderzoeksgeld maakt artsen wanhopig. Sinds de overheid de geldkraan heeft dichtgedraaid, hebben ze moeite om hun wetenschappelijk onderzoek te bekostigen en zijn ze genoodzaakt hun hand op te houden bij de industrie. Die afhankelijkheid zorgt voor grote frustraties onder artsen. ‘De winst van een behandeling staat voorop, niet de genezing van een patiënt.’ Een goed informatief artikel over hoe het met onze gezondheidszorg gesteld is.

Eindeloos formulieren invullen, onderzoeksvoorstellen van tientallen pagina’s indienen en protocollen schrijven: artsen worden opgeslokt door de administratieve ballast die met een subsidieaanvraag gemoeid gaat. Wie op zoek is naar financiering voor medisch onderzoek, moet door deze papiermolen heen. De overheid heeft de geldkraan via de universiteiten dichtgedraaid en dus proberen artsen via andere wegen geld los te krijgen.

Bijvoorbeeld bij ZonMw, een overheidsinstelling voor de financiering van innovatie en onderzoek. Maar de budgetten daar zijn beperkt, het aantal aanvragen is hoog en de competitie onder artsen groot. Het gevolg: 85 procent van de onderzoeksvoorstellen sneuvelt, blijkt uit cijfers van ZonMw.

‘Een aanvraag indienen is bijna niet te doen,’ bevestigt Jean Gardeniers, voormalig orthopeed bij het Radboudumc. ‘Voor eenvoudig orthopedisch onderzoek, wat veel patiënten ten goede komt, is het heel moeilijk geld te krijgen. Dat zal iedere hoogleraar in de orthopedie beamen. Je bent meer aan het schrijven dan dat je daadwerkelijk onderzoek kunt doen. En als je onderzoeksvoorstel is goedgekeurd, dan duurt het nog drie jaar voordat je het geld krijgt. Het is gewoon de waanzin ten top.’

De Nederlandse overheid heeft zich teruggetrokken uit de financiering van wetenschappelijk onderzoek in academische ziekenhuizen. De eerste geldstroom is volledig opgedroogd, verklaren artsen en dat maakt ze moedeloos. Gardeniers: ‘Van de minister krijgen we wel de opdracht om research te doen. Maar we leven niet in Amerika waar een multimiljonair een stichting opzet en zegt: “Ik ga dit allemaal betalen.” Het geld dat nog vanuit publieke middelen naar de klinieken stroomt, is peanuts. We hebben bijna geen eerste lijn onderzoeksgeld meer.’

Kortom:’Bedrijven proberen resultaten, conclusies en de publicatie van onderzoek te beïnvloeden

Nu moeten artsen dat geld bij de medische industrie halen. Dat leidt tot veel frustratie, zo blijkt uit gesprekken die FTM de afgelopen weken voerde met diverse medisch onderzoekers. Ze waarschuwen voor een te sterke invloed van de industrie op wetenschappelijk onderzoek. De onafhankelijkheid staat onder druk.

Manipulatie resultaten

Julius Roos, voormalig internist in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, omschrijft de industrie als een ‘buitengewoon krachtige partij’ die als grote geldschieter beslist welke koers er gevaren moet worden. ‘Bedrijven proberen resultaten, conclusies en de publicatie van onderzoek te beïnvloeden zodat die gunstig voor hen uitpakken.’ En vergeet ook een andere factor niet: de grote medische tijdschriften halen een deel van hun budget uit advertenties van diezelfde industrie; ook zij hebben daar dus een financiële band mee.

In 1990 kwamen onderzoekers nog in 30 procent van alle gepubliceerde artikelen tot de conclusie dat een getest medicijn of protocol geen, of een negatief effect had; zulke publicaties maken tegenwoordig nog geen 14 procent van het totaal uit. En uit een vergelijking van ruim 1500 medicijnstudies bleek dat onderzoek dat door de farmaceutische industrie was gesponsord, veel vaker positieve resultaten bij een geneesmiddel wist te melden dan onderzoek dat door de overheid was gefinancierd.

Dat constateert ook Jarno Hoekman, onderzoeker aan de universiteit Utrecht, in zijn proefschrift: farmaceuten verdoezelen onderzoeken met uitkomsten die hen onwelgevallig zijn. Hij verzamelde 329 klinische studies naar nieuwe diabetesmedicijnen; 80 procent van die studies werd door de farmaceutische industrie betaald. Van de 44 onderzoeken met een negatief resultaat publiceerden de farmaceuten er 10 in vakbladen; de rest verscheen uitsluitend op obscure websites. Van onderzoek dat met publiek geld was bekostigd, verschenen alle studies met negatieve resultaten in de vakbladen.

Hoewel sinds 2007 voor medicijnstudies een publicatieplicht geldt, weet de industrie volgens Hoekman sluiproutes te vinden om zich aan die regeling te onttrekken. De negatieve uitkomsten komen in online databanken en op websites terecht. Strikt genomen zijn ze dus openbaar, maar de wijze waarop deze resultaten worden gepresenteerd is niet eenduidig en niet onderworpen aan kwaliteitscontrole en peer review. ‘Dat ondermijnt hun geloofwaardigheid en maakt het moeilijk om ze op te nemen in overzichtsstudies. Artsen die willen weten wat werkt, baseren zich eerder op gerenommeerde vakbladen, en niet op die websites,’ aldus de onderzoeker.

Kortom ; ‘Positieve resultaten worden makkelijker geaccepteerd en krijgen meer ruchtbaarheid dan negatieve uitkomsten’

De studie van het Amsterdam UMC (het recent gefuseerde AMC en VUmc) naar prenatale zorg die afgelopen week in het nieuws was, laat zien hoe cruciaal onafhankelijk onderzoek is en wat de consequentie kan zijn van het wegmoffelen van negatieve effecten. Het AUMC voerde een langlopend onderzoek uit naar het groeimiddel sildenafil, beter bekend als Viagra, onder 183 zwangere vrouwen. Op grond van eerdere studies leek het een veelbelovende therapie voor foetussen die met een levensbedreigende groeiachterstand kampen. Maar dat pakte anders uit: 17 ongeboren baby’s kregen een longaandoening, 11 daarvan zijn inmiddels overleden – ernstige complicaties die in eerder gepubliceerde studies nooit naar voren waren gekomen. Het onderzoek, dat door ZonMW werd gefinancierd, is acuut afgebroken. De therapie is overal stopgezet.

Hoofdonderzoeker Wessel Ganzevoort van het AUMC licht toe wat er waarschijnlijk is gebeurd: ‘Positieve resultaten worden makkelijker door de medische tijdschriften geaccepteerd en krijgen meer ruchtbaarheid dan studies met negatieve uitkomsten. Dat leert ons hoe wezenlijk het is dat onafhankelijke experts een vinger aan de pols houden bij dit soort studies. Alleen dan voorkom je ieder zweem van vooringenomenheid bij de onderzoekers.’

Topartsen

Het masseren van de uitkomsten in een gunstige richting is voor de industrie een belangrijk machtsmiddel. De beweegredenen van artsen om zich met zulke praktijken in te laten, is dat ze moeten scoren. Er is sprake van een op hol geslagen publicatiemachine, vertellen diverse gesprekspartners. Meer onderzoeksgeld betekent meer publicaties; meer publicaties leveren meer wetenschappelijke promoties op, en meer naamsbekendheid voor het ziekenhuis. Heupchirurg Jean Garderniers beschrijft het mechanisme als ‘publish or perish’.

Artsen die al veel publicaties op hun naam hebben staan, slagen er bovendien makkelijker in om opnieuw onderzoeksgeld te verzamelen. Andere artsen hebben het nakijken. In de wetenschap gebeurt iets vergelijkbaars als elders in de maatschappij: een select gezelschap sleept het leeuwendeel van het onderzoeksgeld binnen. Ze vormen de elite onder de artsen. Farmaceuten en makers van medische hulpmiddelen (waaronder ook implantaten en diagnostische apparatuur) hopen met zulke onderzoeksleiders aan hun zijde hun behandeling succesvol te kunnen introduceren, en trekken voor de uitvoering ervan liefst artsen met klinkende namen aan. Deze topartsen hebben aanzien bij collega’s, en als zij zich positief uitlaten over een nieuw medicijn of hulpmiddel, is dat voor de industrie goud waard.

Nadelig voor het verdienmodel

Tegelijkertijd beïnvloedt de groeiende afhankelijkheid van artsen van het bedrijfsleven ook welk onderzoek ze kunnen uitvoeren. Vooral grote trials worden gesponsord, maar hun nut is vaak beperkt. Internist Roos: ‘De grote gerandomiseerde dubbelblinde gecontroleerde geneesmiddelentrials (RCT’s) hebben beperkte betekenis (hoewel de uitkomsten ervan vaak met veel poeha wereldkundig gemaakt worden) omdat ze vaak heel weinig voordeel bieden ten opzichte van de controlegroep die een placebo krijgt. Het aantal patiënten dat behandeld moet worden om één ervan te laten profiteren [het zogenaamde number to treat of NTT, red.] ligt in de tientallen, soms zelfs meer dan honderd.’

Kortom : ‘De industrie investeert nauwelijks in klinisch, patiëntgebonden onderzoek’

‘Dat wil zeggen: als je 50 patiënten moet behandelen om er één te helpen, slikken 49 patiënten al die tijd het middel voor niets. Daarbij moet je bovendien bijwerkingen op de koop toe nemen. De medische wereld is daar inmiddels zo aan gewend, dat niemand er meer van opkijkt. Ik wil juist onderzoek dat probeert uit te vinden wie die ene patiënt is die wél profiteert, zodat je de rest niet hoeft te behandelen. Maar dat heeft niet de belangstelling van de industrie; logisch, want in dit theoretische voorbeeld zou dat hun omzet vijftig keer zo kleiner maken.Het zijn de commerciële strategen van de industrie, niet de artsen die bepalen welke richting de ontwikkeling van de geneeskunde op gaat.’

In klinisch, patiëntgebonden onderzoek investeert de industrie nauwelijks, terwijl juist zulke studies op wat langere termijn kunnen leiden tot belangrijke ontwikkelingen. Onderzoek uit 2010 toonde bijvoorbeeld aan dat je via dna-analyse kunt achterhalen of een tumor resistent is voor de hormoonpil tamoxifen; dan weet je of het zin heeft vrouwen met borstkanker ermee te behandelen.

Arnoud van het Hof, hoofd interventiecardiologie in het academisch ziekenhuis in Maastricht, beschrijft een onderzoeksvoorstel dat in de prullenbak verdween: een studie naar een apparaatje voor ambulancemedewerkers bij het stellen van de diagnose hartinfarct. Dat hielp ze te bepalen of een patiënt naar het ziekenhuis doorgestuurd moest worden. De eerste resultaten waren veelbelovend: 30 procent van de patiënten kon na de screening thuis blijven. ‘Dat bespaart de samenleving geld. Een patiënt houdt dan immers niet onnodig een ziekenhuisbed bezet. En het levert minder werkdruk op, zowel voor het ambulance- als voor het ziekenhuispersoneel. Ik ben teleurgesteld dat ik dit onderzoek niet kan voortzetten.’

Jean Gardeniers, een expert in de aanpak van zowel primaire als revisie heupchirurgie, geeft altijd een oneliner aan zijn studenten mee: ‘Iedere patiënt die je behandelt, levert geld op. Iedere patiënt die je geneest, levert de industrie geen inkomsten meer op.’ Hij legt uit: ‘De industrie heeft baat bij hulpmiddelen en medicijnen die massaal gebruikt worden gedurende een langere periode. Er wordt bijvoorbeeld ontzettend veel onderzoek gedaan naar medicijnen om hoge bloeddruk en cholesterol bij patiënten te verlagen, terwijl daar al effectieve behandelingen voor bestaan. Het houdt niet op. Iedere keer weer komt er iets nieuws, elk farmaceutisch bedrijf wil er zijn eigen variant op hebben, want daaraan valt goed te verdienen.’

Voor research naar implantaten en protheses is momenteel echter amper geld: ‘Je hebt het dan wél over het verbeteren van de kwaliteit van leven van een patiënt.’ Voor het ontwikkelen van een implantaat – waarmee miljoenen zijn gemoeid – zijn hij en zijn collega’s tegenwoordig vrijwel geheel afhankelijk van de orthopedische firma’s. Maar juist de orthopedische leveranciers zijn in handen van aandeelhouders. ‘Ik ben geen socialist hoor, maar die aandeelhouders willen gewoon winst maken. Dat is een vaststaand feit,’ zegt de orthopeed.

Kortom :‘Ik ben geen socialist hoor, maar die aandeelhouders willen gewoon winst maken’

Zodoende is de ontwikkeling van goedkope en succesvolle behandelingen bijna onmogelijk geworden. Gardeniers merkte dat zelf toen hij het zogeheten ‘memory steel’ onderzocht en wilde inzetten voor patiënten met een heupaandoening. Hij kon een ingezakte heupkop repareren met een dun matje, dat zo’n 250 euro kostte. Zulke mensen hadden dan meestal geen kunstheup meer nodig. Circa dertig miljoen mensen wereldwijd zouden erbij zijn gebaat. ‘Ik heb de industrie benaderd, maar hoewel de Nederlandse divisie het product verdedigde, blies de top van het bedrijf mijn product af. Want als die heupkop gewoon vervangen werd, ging er een prothese in van 7500 euro. Voor de bedrijfsleiding was het niet rendabel om in mijn product te investeren.’ Uiteindelijk is Gardeniers’ memory steel alsnog door een Israëlische firma in productie genomen. ‘Maar die zijn er weer mee gestopt: ze vonden de omzet te laag. Dan moet je uiteindelijk dus werken met hulpmiddelen die minder goed, minder handig of duurder zijn.’

Hetzelfde overkwam Albert Veldhuizen, hoogleraar wervelkolomchirurgie bij het UMC Groningen. Hij bedacht protheses die kwalitatief aantoonbaar beter waren, maar die nooit op de markt zijn gekomen. ‘De industrie heeft letterlijk tegen mij gezegd: “Een implantaat hoeft niet beter te zijn, als het maar goedkoper is in productie.” Jarenlang heb ik gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe implantaten die nooit bij de patiënt terecht zijn gekomen. Dat frustreert mij enorm. Geld gaat boven kwaliteit.’

Soms gaat geld ook boven de veiligheid van patiënten. Producten die commercieel aantrekkelijk maar van inferieure kwaliteit zijn, worden toch in productie genomen. Denk aan de metaal-op-metaal kunstheup (MoM); een sterk gewricht dat relatief weinig slijtage zou geven, met minder spierschade tot gevolg. Grote multinationals waaronder De Puy, Zimmer, Biomet en Wright Medical Technology brachten allemaal een eigen versie van de kunstheup op de markt. De MoM-heup werd sterk gepromoot als sportheup voor de actieve mens. Op congressen toonden medische concerns afbeeldingen van honkballers. ‘Met deze prothese speel je weer in de first league,’ was de boodschap. In Nederland werd het implantaat bij ruim duizend patiënten ingebracht. Harlan Amstutz deed onderzoek naar deze prothese in opdracht van Wright Medical Technology. Zijn publicatie erover maakte dat de MoM-heup ingang vond.

Aanvankelijk leken de resultaten goed. Maar orthopeden uit het Radboudumc wilden deze prothese niet gebruiken: in de jaren zeventig hadden ze met vergelijkbare implantaten gewerkt, en toen al bleken er problemen te zijn die niet naar voren kwamen in publicaties. En inderdaad: Harlan had verzwegen dat er door slijtage van de heup minuscule metaaldeeltjes vrijkwamen, die zich via het bloed verder verspreiden. Hierdoor ontstonden immuunreacties: patiënten kregen zwellingen, botverlies en pijnaanvallen, en ontwikkelden zich zelfs tumoren rond de kunstheup. Sommige patiënten zijn uiteindelijk in een rolstoel beland. De MoM-prothese is 2012 van de markt gehaald.

De winst van een behandeling staat tegenwoordig voorop, niet de genezing van een patiënt, constateren de artsen. Door het ontbreken van overheidsfinanciering wordt er te weinig langlopend en onafhankelijk onderzoek gedaan met nadelige gevolgen voor de patiënt – en voor de kosten van de gezondheidszorg. ‘De overheid moet research financieren, zodat we onafhankelijk onderzoek kunnen uitvoeren en niet aan de leiband van de industrie hoeven te lopen.’

Schrijfster :ILONA DAHL

Ik vond dit artikel ook de moeite van het publiceren waard.

Met een vriendelijke groet van Tieneke.

 

Glaucoom in de Ayurveda

Standaard

Glaucoom is een oogziekte, waarbij de druk in het oog steeds hoger zou kunnen worden. Onbehandeld kan dit leiden tot blindheid. Onze westerse geneeskunde heeft nog geen afdoende antwoord op de behandeling hiervan. De oude ayurveda heeft hiertegen al 5000 jaar een behandeling. Helpen kurkuma oogdruppels ? Hier vindt u een informatief artikel over glaucoom en de ayurvedische benadering.

Wat is glaucoom precies ?

Goede-ogen-zijn-een-kostbaar-bezit

Goede ogen zijn een kostbaar bezit

Glaucoom is een aandoening van de oogzenuw. Bij deze oogziekte gaan de zenuwvezels van de oogzenuw geleidelijk aan verloren. De oorzaak is waarschijnlijk een slechte doorbloeding van de oogzenuw. Hierdoor ontstaat er een te hoge druk binnen het oog. Het licht dat het oog binnenvalt, wordt door de lichtgevoelige cellen in het netvlies omgezet in elektrische signalen. Deze signalen gaan via de oogzenuw naar de hersenen waar ze worden omgezet in bewuste beelden. Bij de oogziekte glaucoom beschadigt de oogzenuw. Meestal komt dit door een verhoogde oogdruk  in de oogbol . Door het afknellen en afsterven van de oogzenuw, wordt de verbinding tussen het oog en de hersenen langzaam, maar blijvend beschadigd. Glaucoom komt meestal aan beide ogen voor.

Wat zegt de ayurveda over glaucoom, staar  en andere oogaandoeningen ?

Op het internet staat ergens een artikel te lezen waar kurkuma/curcumine aangeraden zou worden als behandeling tegen glaucoom. Deze glaucoombehandeling heeft in eerste instantie niets met kurkuma/curcumine te maken. Waar kurkuma een ontstekingen remmend voedingssupplement zou kunnen zijn, is dit (in de behandeling tegen glaucoom) in het geheel eerst niet van toepassing. Het is zelfs gevaarlijk om kurkuma olie onverdund in de ogen te gebruiken. Het zou het zicht van de ogen kunnen beschadigen. De traditionele ayurvedische behandeling is het afhalen van de druk van de oogbol op een zachte en natuurlijke manier ( zie video clip bijgevoegd). De naam van deze behandeling heet “Netra Tarpana”.

Lees de rest van dit bericht

Neemolie, dáár zit wat in.

Standaard

Neemolie, dáár zit een heleboel in. Neemolie wordt als sinds duizenden jaren gebruikt voor de huid en haren en nagels. Neem is een boom, en de olie wordt gemaakt van de vruchten en pitten van deze boom. Net als olijfolie, wordt het geperst, op de traditionele manier. Namelijk tussen grote ronde matten, die verzwaard worden. Neemolie is een wondermooi natuurproduct met vele toepassingen. Hier vindt u een informatief artikel over neemolie. 

“Neemolie” in de oude ayurveda 

vruchten-van-de-neemboom

De bladeren en vruchten van de neemboom 

Sinds oeroude tijden kent men in de ayurvedische gezondheidsleer een paar pijlers. Kurkuma, ashwagandha, triphala zijn er een paar, om wat te noemen. Neem is ook een van deze pijlers. Neem is een boom. En van deze boom groeide oorspronkelijk alleen in Zuid Oost India. Nu groeit deze Neem boom ook op andere plaatsen in de wereld. Van deze boom worden zowel de bast, de bladeren, de bloesems, de takken en de pitten gebruikt. De pitten zijn heldergroen en lijken wel een beetje op olijven. Ze werden ook op dezelfde traditionele manier geperst, om de olie eruit te krijgen.

Neemolie ruikt niet lekker.

Neem-pitten-persen-op-de-traditionele-manier

Neemolie is al vele duizenden jaren in gebruik in India, in iedere huishouding staat wel een flesje neemolie in de huisapotheek.

De olie die uit deze neem vruchten komt is bijna zwart. Ze worden eerst gekneusd en daarna tussen een pers met matten gelegd. De olie loopt er langzaam uit. En ik kan u uit ervaring zeggen dat  de geur zonder meer ‘bijzonder’ te noemen is. Het ruikt naar een sterke mix van uien en knoflook tegelijk. Maar de werking van deze olie wordt al vele eeuwen zeer gewaardeerd.

De bewerkingen van het blad, de bast, de takken en de bloesems gaan volledig anders. We kijken eerst eens naar de neem olie.

In deze geperste olie zitten 35 sterke bioactieve stoffen samen gebald. Het is niet alleen sterk geurend, maar ook sterk werkend. Wist u dat dat Mahatma Gandhi zich vroeger altijd insmeerde met neemolie ?

Ooit hebben we een artikel geschreven over een schooltje in India. Op onze vraag waar we deze school blij mee zouden kunnen maken, was het antwoord snel en duidelijk : een paar neem bomen ! Een geschenk waar men in de wijde omgeving blij mee zou zijn. Want voor de gewone huishoudingen in India geldt deze boom als heilig, omdat het ondersteunend tegen veel alledaagse kwaaltjes helpt.

Neem, een boom als apotheek.

Je zou kunnen zeggen dat hun “neem dorpsapotheek” op het plein groeit. Eigenlijk is dat wel een grappig idee, om je apotheek op het plein te zien groeien. Er groeien takjes aan, voor het gebruik als tandenborstels, het werkt als insectenwerend middel als je onder haar bladeren zit, en je gebruikt de bloesem als zeep etc. Wie wil er nou niet zo’n boom ? Zelfs Mahatma Gandhi zei tegen zijn volgers om regelmatig het lichaam in smeren met neem olie,  want neem olie versterkt het immuunsysteem en werkt antibacterieel, wist hij. De kenmerkende geur van neem was ook het kenmerk van de Mahatma.

Lees de rest van dit bericht

Eten door je huid, verborgen middelen

Standaard

Er zijn honderden soorten goedkope en dure creme’s, bodylotion, badzeep te koop.  Flink gepromoot door reclames op de televisie, in bladen en kranten. We worden overspoeld met creme’s en wat we nog meer gebruiken om onszelf te reinigen. Het ene belooft nog een beter resultaat als het andere. Echter werd vroeger gezegd “.. wat men niet kan eten, kan men beter ook niet op de huid smeren..”. Hier vindt U een informatief artikel over pure huidverzorging op een natuurlijke manier, gebruikmakend van natuurlijke ingrediënten. 

Komt een mooie huid uit een potje ? 

mooie-huid-komt-van-binnenuit

Een mooie huid komt van binnen uit

Zou je het volgende doen? Pak een pot gezichtscreme en een theelepeltje. Draai de dop van de pot creme af, en eet een lepeltje vol creme op.  Zo’n experiment eindigt misschien wel in het ziekenhuis. En iedereen verklaart je voor gek.

Maar als je het heel langzaam doet, elke dag een beetje, vindt men het gek als je dat niet doet.  De huid bestaat uit duizenden en duizenden kleine mondjes, die gehoorzaam opeten wat je ze voorschotelt. Dat er in de creme’s en veel soorten zeep, shampoo ook ongezonde chemische  stoffen zitten, zien veel mensen niet.

Wat kan er nou voor verkeerds in zeep zitten ? Je eet toch geen zeep op ? 

Ja, dat is nou een waarheid als een koe. Het zit toch even anders. Gebruikt u een rijk schuimende shampoo of badschuim? Het lijkt zo schoon te maken en zacht. Dit effect van het badschuim is helemaal niet zo onschuldig als het lijkt.

Kijk maar eens op het etiket van de scheerschuim, facewash, babyzeep, shampoo, tandpasta of handzeep.

zwitsal-babyzeep-met-sls

Zoiets kan toch niet,..

Staat daar SLS ( Sodium Laurel Sulfate) ? Of Ammonium Lauryl Sulfate , of Sodium Laureth Sulfate (SLES)?

Dan is het zo, dat de fabrikanten graag deze reinigingsmiddelen produceren omdat ze goedkoop zijn. Dat wil niet zeggen dat ze voor een spotprijs in de winkel liggen, ze kunnen zelfs flink wat kosten. Maar de productie kosten zijn erg laag. Wist u dat SLS  zo sterk reinigt dat het ook wordt gebruikt om motoren en garage vloeren te reinigen en ontvetten. En ze stoppen het zelfs in babyzeep ! Zoiets kan toch niet !?

Het is bewezen dat het gebruik op langere termijn kankerverwekkend kan zijn. Het Amerikaanse ‘College of Toxiology’ zegt dat SLS ongeveer 5 dagen in ons lichaam blijft hangen, nadat we onze haren of huid ermee gewassen hebben. Het komt door de huid in de bloedbaan, en kan zich ophopen in al onze organen. SLS komt zelfs voor in tandpasta. Vaak staat er achter te lezen ‘natuurlijke kokos’ . Dan moeten we geloven dat het een geheel natuurlijke stof is. Maar dit is niet zo.

Lees de rest van dit bericht

Schoonmaakmiddeltjes van vroeger.

Standaard

Een poos geleden zaten mijn moeder en ik heerlijk buiten te kwebbelen over vroeger. Ik had net de was in de machine gedaan, en zei tegen mijn moeder “… dat zo’n ding toch wel even verhiptese handig is… ! Stel je voor dat je dat je dat allemaal met de hand zou moeten doen. En wist u dat de oudste stofzuiger ter wereld met paard-en-wagen door de straten werd vervoerd ? Hier vindt u een leuk en informatief artikel over poetsen met middeltjes uit Oma haar tijd. Milieuvriendelijk, makkelijk en soms een heel stuk goedkoper. 

De wasmachine 

EEN WASMACHINE.

Een van de eerste wasmachines

“…Mam, wij hebben het toch maar makkelijk…” zei ik.  Ze lacht dan eens, en zei dat die dingen van vroeger vaak net zo goed, of soms nog beter waren als nu. Nare geurtjes, kalkaanslag en hardnekkige vlekken waren snel weg met simpele huis- tuin en keukenmiddeltjes.  We weten vaak niet meer hoe simpel iets kan zijn. Kijk maar in de schappen van de supermarkt, voor iedere vlek een ander middeltje ? Dat was vroeger heel anders en net zo goed, en, veel beter voor het milieu.

Stel je voor dat je de was helemaal met de hand moet gaan doen. En dan beginnen met water koken in grote ketels. Wat een werk. Ja, ik herinner me nog onze eerste wasmachine, dat was een “BIKO” of zoiets. Het zag eriut als een grote ronde ton. En op de bodem zat een soort opstaande rotor. “Tsjikk-tsjikk-tsjikk” klonk het geluid als dat grote ding de was rondklopte.

En die wasmachine kon je niet in de keuken neer zetten, want het leeghalen van die wasmachine en het water gaf een enorme glibbberige zeep vloer. Daarom zaten er ook wieltjes onder.

 

De eerste stofzuiger heette een ‘booth’s vacuum’

oudste-stofzuiger

De oudste stofzuiger ter wereld, de “booth’s vacuum”.

Wist u dat de eerste stofzuiger honderd jaar geleden al is gemaakt ? Het moet er wel indrukwekkend uit hebben gezien. Het werd een “BOOTH VACUUM” genoemd. Naar zijn uitvinder. De stofzuiger was zo enorm groot en zwaar, dat hij op een karretje werd vervoerd. Natuurlijk voortgetrokken door paarden. Eén persoon bediende de motor, die buiten stond.  De anderen sleepten de lange slang door het raam naar binnen, en het stofzuigen kon beginnen. Ik heb overal gezocht naar een foto van een boot machine, hier is er een, gevonden op een “historische site”. Ze geven ca het jaar 1880 aan.

Pas in de jaren 60

Pas vanaf de jaren 60 gingen mensen meer elektrische apparaten gebruiken. Het allerliefst wat men toen wilde hebben ? Daar staat op nummer 1;

  1. Een strijkijzer.
  2. De broodrooster
  3. daarna pas een stofzuiger.

De verkoop van een wasmachine kwam eind jaren zestig pas op gang. In de winkels stonden geen hele rijen verschillende soorten schoonmaakmiddelen. Er waren er maar een paar, en iedere vrouw wist wat en hoe ze deze moest mengen en gebruiken tegen vlekken.

Lees de rest van dit bericht

Veel recepten voor een heerlijke vega bbq.

Standaard

Het aanstaande weekend zou het stralend weer worden. Een gezellige bbq is dan altijd leuk om te doen. Meestal wordt barbequen gerelateerd aan het eten van veel vlees. Toch is een vegetarische barbeque ook een feest. Weliswaar zijn er een paar andere regels te hanteren, dan bij vleesgerechten op de barbeque. In dit informatieve artikel vindt u een paar waardevolle tips voor een feestelijke vegetarische barbeque, waarbij ook de vleeseters zich kunnen verbazen over de veelzijdigheid van de vegetarische gerechten. 

Moet vegetarisch barbequen altijd met vleesvervangers ? 

vega-bbq-groentenspies

Beetje olie, peper, zout en rozemarijn of tijm erover,..

Nou, nee . Eigenlijk zijn die helemaal niet zo geschikt voor een barbeque. Ok, er zijn goede en lekkere vleesvervangers. Alleen zijn ze voor een barbeque niet zomaar geschikt. Het  probleem wat je tegen zult komen is dat de structuur van de vleesvervangers anders is, anders dan van gewoon vlees of vis. Weinig mensen, die ook vlees eten houden,  hiermee rekening op een barbeque.

Bovendien is een ‘klaprooster’ ideaal voor een vega bbq. Daar kun je alles tussen doen, rooster dicht en het blijft keurig op de plaats liggen. Ikzelf doe er graag een schijf watermeloen (met olie, peper en zout en verse tijm erover) tussen. Dan is het omdraaien gemakkelijk en het smaakt hemels lekker. Hier een heleboel tips en recepten van een rasechte vegetariër, die wel van bbq-en houdt. Maar niet van vlees.

Lees de rest van dit bericht